FAMILIE RIDDER
1650 - Meijns Rut Glazen
1690 - Rut Meijnszoon
1715 - Meijndert Rutgers Ridder (Nagel)
1746 - Jan Mijnsen Ridder (Nagel)
1791 - Pieter Ridder
1816 - Jan Pieterzoon Ridder
1850 - Elbert Ridder
1883 - Jan Ridder
1928 - Willemijntje Ridder
1964 - Paula Weinans-Beumer
De familie heeft verste oorsprong in Huizen, maar heeft grotendeels in de omtrek van Weesp en Muiden gewoond en gewerkt.
Familie heeft in 1756 de naam RIDDER aangenomen. Daarvoor werd als "bijnaam" Nagel gebruikt.
Over hoe de familie de naam "RIDDER" verwierf :
Meijndert Rutgers bijnaam werd RIDDER toen hij de burgemeester van Bussum/Huizen redde, toen zijn paard er van door ging.
Meindert kreeg het voor elkaar om de teugels van het paard te grijpen en te laten stoppen.
Wellicht na dit incident zijn zoon Jan Mijnsen in dienst genomen om de paarden in de hand te houden.
De stadsboerderij in Weesp: "Ridderhof" (in Weesp tegenwoordig genoemd "Binnenhof"), gelegen aan de Blomstraat is afgebroken halverwege de
jaren zeventig, vorige eeuw. Nog voor het bestaan van de Blomstraat en naastgelegen school woonden de Ridders aan de Kerklaan,
gelegen aan de Heerengracht (Jan Ridder : 1816-1912). In de 18e eeuw waren tuin en boomgaard eigendom van een grutter, wonende in de slijkstraat.
Er was een stuk water naar de Herengracht, het Rebecca-graghtjen, met een theekoepel. Dit alles werd in delen door de Ridders gekocht.
De boerderijen van Jan en Piet's voorouders werden later door het Herensingel ingesloten.